Harm Egbert Muurling

Renoveren is vooruitzien. Het grootste gevaar? Standaard dingen 1 op 1 vervangen door dezelfde sfeer, in een iets nieuwer jasje. Middelmatige installatiebureaus grijpen nog wel eens terug op makkelijke, bestaande dingen. Een oude TL-bak aan het plafond voorzien van een nieuwe, zuinigere led-buis in hetzelfde formaat. Het meest dodelijke wat je kunt doen. Lichttechnisch prima oplossingen, dat gaat ons niet ver genoeg. Het gaat vooral om de beleving van zo’n ruimte. Daar moet je goed over nadenken, voordat je iets verzint – of al armaturen gaat aanschaffen. Ik heb wel een technische achtergrond (elektrotechniek, energietechniek), maar dat vind ik echt ondergeschikt aan het creatieve deel – dat kun je nergens leren, daar is niet echt een opleiding voor. Ik ben al vrij snel 100% in het licht en de beleving van licht ‘gedoken’.

Echt geslaagd wordt het pas als je een eigentijdse oplossing voor het licht mag bedenken – volledig aangepast aan de nieuwe functie – met een duidelijke knipoog naar het industriële verleden. De oude fabriek en leerlooierij KVL in Oisterwijk, Brabant bijvoorbeeld, die vind ik heel geslaagd. We hebben in overleg met de architect en de eigenaar de oude architectuur zwaar gerespecteerd en er – mede dankzij het lichtplan – iets heel nieuws van gemaakt.

Het allermooiste is het als we ergens vanaf het prilste begin bij betrokken kunnen zijn; vanaf de eerste schetsontwerpen met de architect om tafel – dan kunnen we er samen iets moois van maken. Bij een beschermd monument – zoals het antieke kerkje in Klein Wetsinge – kan dat nooit, helemaal vanaf scratch beginnen. Het spel is dan om toch een heel ander beeld in zo’n ruimte te creëren, bijvoorbeeld met licht op plekken, waar het standaard niet aanwezig was. De facelift van het kantoorgebouw van GasTerra in Groningen was een ander verhaal: dat is zo rigoureus gestript, dat alleen het casco overeind bleef staan; dan heb je het eigenlijk over nieuwbouw. Sterker nog: architectenbureau De Zwarte Hond heeft er nog wat extra daglicht ‘bijgetoverd’ met spannende openingen en lichtschachten. Er is niks mooier dan ‘gewoon’ daglicht. Klinkt dat gek uit de mond van een lichtontwerper?

Alle details, elk element moet kloppen. Je zit in een restaurant: het eten is lekker, de inrichting mooi, de bediening aardig, de verlichting heel sfeervol, maar het tocht er als de ziekte. Zit je dan nog fijn? Als er één ingrediënt niet in orde is, klopt het totaalbeeld niet meer. En het geldt net zo hard voor een woning, een werkplek of een ziekenhuis. Grootste misverstand over lichtarchitectuur: mensen die er weinig verstand van hebben, denken vaak vanuit vormpjes: een mooie, opvallende lamp die ze gezien hebben. Terwijl het gaat over: wat doet licht met mensen, wat doet licht met emotie? Waar wordt de ruimte straks voor gebruikt? Gezondheidszorg, psychiatrie, ontmoetingsplek, een kijkmuseum, horeca om ontspannen te hangen met je vrienden?

Er zit niks anders op: wij beginnen te denken vanuit het licht, de indruk die de verlichting gaat maken op mensen. Pas dan komt de vraag: welk vormpje zoeken we daarbij?

Je gaat het zien, dankzij buroLicht.